Over alchemisten die er maar een zooitje van maken | curatorsofcuriosities
Geen zin om een voorjaarsschoonmaak te houden? No worries. Zeventiende-eeuwse alchemisten hadden dat over het algemeen ook niet...
alchemist, goud, 17e eeuw, rotzooi, rommel, opruimen, schilderij
1043
post-template-default,single,single-post,postid-1043,single-format-standard,qode-quick-links-1.0,ajax_fade,page_not_loaded,,qode-title-hidden,qode_grid_1300,footer_responsive_adv,qode-content-sidebar-responsive,qode-theme-ver-13.8,qode-theme-bridge,wpb-js-composer js-comp-ver-5.4.7,vc_responsive
Cornelis Bega, De Alchemist, 1631-32

Over alchemisten die er maar een zooitje van maken

Als ik aan een alchemist denk, denk ik aan donkere laboratoria met borrelende maatbekers in Alladinkleuren. Of aan een geheimzinnig vrijmetselaarsritueel met toverdranken. Iets toverachtigs dat Harry Potter op magische wijze had kunnen helpen een kwaadaardige vijand te verslaan.

Cornelis Bega, De Alchemist (detail), 1663, Getty Museum

Cornelis Bega, De Alchemist (detail), 1663, Getty Museum

Niet aan deze man op het schilderij De Alchemist (1663) van Cornelis Bega. Daarvan denk ik eerder (zonder uiteraard naar mijn eigen huis te kijken), ruim je rotzooi op. De helft van je aardewerk is stuk, hoe komt dat? En ga je wassen, want volgens mij ruik ik je door het schilderij heen…

Volgens The Getty Museum, waar het schilderij hangt, waren alchemisten in de zeventiende eeuw al niet meer zo cool. Er kwamen toen al serieuze wetenschappers op, waardoor kerels die goud probeerden te maken een beetje belachelijk werden. Cornelis Bega wilde met zijn schilderij commentaar geven op ‘tijdverspilling aan materialistische en futiele bezigheden’. Daarvoor was zo’n meer-zwerver-dan-tovenaar-figuur bij uitstek een geschikt personage.

Egbert van Heemskerck I, Alchemist in zijn studeerkamer, 17e eeuw, Fisher Collection

Egbert van Heemskerck I, Alchemist in zijn studeerkamer, 17e eeuw, Fisher Collection

Beetje flauw wel van Cornelis Bega, om zo’n alchemist die niemand lastig valt belachelijk te maken. Zo’n man zoekt gewoon een goeie life hack om aan goud te komen. Lukt dat, dan kunnen rappers nog meer protserige kettingen dragen (en museumbezoekers op nog meer gouden toiletten zitten). Lukt het niet, dan is niemand er een belastingcent armer van geworden.

Bovendien hou ik van tijdverspilling aan futiele bezigheden. Dat is toch iets wat het leven de moeite waard maakt? Als ik bijvoorbeeld doelloos google naar andere schilderijen van alchemisten (misschien in de hoop toch een Harry Potter-waardig exemplaar aan te treffen), dan valt het me meteen op dat veel van die goudmaaktypes niet zo opgeruimd zijn.

David Teniers, De Alchemist, 1643-1645, Herzog Anton Ulrich Museum

David Teniers, De Alchemist, 1643-1645, Herzog Anton Ulrich Museum

De alchemist van Egbert van Heemskerk I heeft ook nogal wat afgedekte potten om zich heen staan. Hij kan z’n wereldbol nauwelijks meer laten draaien. En hier, een exemplaar van notoir alchemistenschilder David Teniers II – overal kannen en kruiken. Terwijl deze alchemist een loslopende hond heeft en vreemd genoeg voldoende plek voor een grote tafel, daar in het midden. Onnodige marteling van de huisvrouw die de boel zou moeten schoonhouden?

Zo krijgen we nu het weer voorjaarsschoonmaaktijd is, per ongeluk toch nog wijze raad mee van zeventiende-eeuwse alchemisten. Als je vaak lastig gevallen wordt door zeurende types die mopperen of je je kamer/kantoor/man cave niet gewoon een beetje netjes kunt houden, hang gewoon een bordje met ‘alchemist’ op de deur. Rotzooi vereist, en niemand die opkijkt als dat goud er nooit komt!

Verwonder je ook over:

Salvador Dalí (1904-1989)

Salvador Dalí (1904-1989)

Curiosity of the week: Moustache cup

Yves Klein: Feeling blue

Curiosity of the week: Een gouden toilet